U bent hier: Home / Gesteund / Linkse Hulp steunt activisten Iraanse ambassade

Linkse Hulp steunt activisten Iraanse ambassade

De groep activisten die vorig jaar een deel van de Iraanse ambassade bezette, weigert mee te werken aan DNA onderzoek. Onlangs verloren zij een rechtszaak over de DNA afgifte, waardoor zij veroordeeld zijn in de proceskosten. Linkse Hulp onderschrijft de bezwaren tegen DNA afgifte en ondersteunt de groep met 500 euro.

Bezetting Iraanse Ambassade

Op 6 april 2010 bezetten 8 activisten uit solidariteit een deel van de Iraanse ambassade in Den Haag. Tijdens de bezetting hingen de actievoerders spandoeken op met de tekst: ‘Vrijheid voor alle politieke gevangenen’, ‘Stop executies en marteling’ en ‘Vrijheid voor Iran’. Ook hezen zij een vlag met een afbeelding van Neda Agha-Soltan, de jonge Iraanse vrouw die op 20 juni 2009 door regeringstroepen werd vermoord terwijl ze naar de protesten stond te kijken. Tien actievoerders werden gearresteerd en drie dagen vastgehouden in voorarrest.

De Iraanse bevolking gaat sinds de geboorte van de Islamitische Republiek gebukt onder extreme repressie. Na de omstreden verkiezingen van juni 2009 escaleerden de protesten tegen de regering van Mahmoud Ahmedinejad in buitensporig geweld. De bezetting was gericht tegen deze barbaarse regering, tegelijkertijd benadrukken de activisten dat zij tegen Westerse militaire interventie zijn. Zo’n interventie zou slechts verwoesting en ellende met zich mee brengen en zou de bevolking in de armen van de regering drijven.


Rechtszaak

Het Openbaar Ministerie besloot om de actievoerders streng te vervolgen.Op 15 september 2010 eiste de aanklager 6 weken gevangenisstraf (waarvan 2 voorwaardelijk) voor opzettelijk geweld tegen de beschermde goederen van de ambassadeur (artikel 117b Wetboek van Strafrecht), openlijke geweldpleging in vereniging (artikel 141 WvS) en het niet kunnen of willen tonen van een ID (artikel 2 WID).

Na een lange zitting oordeelde de rechter tot vrijspraak voor artikel 117b. De groep werd wel veroordeeld tot één week voorwaardelijke gevangenisstraf, met aftrek van de drie dagen voorarrest en een proeftijd van twee jaar voor artikel 141. Dit vanwege het dichtschroeven van een deur en het omlaaghalen en bezoedelen van de vlag van het regime. Voor het niet tonen van ID kwam vrijspraak omdat niemand om een ID was gevraagd. Geen van beide partijen is hierna in hoger beroep gegaan.


DNA afgifte

Begin 2011 ontving bijna de gehele groep een oproep om DNA af te staan. DNA afgifte is toegestaan bij mensen die veroordeeld zijn voor een misdrijf waarvoor de maximale gevangenisstraf vier jaar of meer is. De bezetters van de Iraanse Ambassade willen zich niet bij de afgifte neerleggen. Met het afnemen van DNA wordt hun politieke actie zwaar gecriminaliseerd. Het signaal dat door de overheid wordt afgegeven is dat burgers niet geacht worden tegen barbaarse regimes te protesteren.

De creatie van een DNA databank vinden de activisten een zorgelijke ontwikkeling. Het is niet zeker dat het DNA op een veilige manier wordt opgeborgen en dat het niet misbruikt kan worden. Bovendien wordt met deze maatregel Iran een sterk propaganda middel in handen gegeven. De Iraanse regering noemt demonstranten in binnen en buitenland criminelen. De Nederlandse regering bevestigd de Iraanse regering op deze manier.

Het afnemen van DNA is een inbreuk op de lichamelijke integriteit. In tegenstelling tot vinger afdrukken en irisscans is het mogelijk dat met DNA familieleden in verband worden gebracht met zaken waar ze niets mee te maken hebben. De activisten worden dubbel gestraft en hebben niet de mogelijkheid om bezwaar te maken voordat het DNA wordt afgenomen. Pas nadat het DNA is afgenomen kan een bezwaarprocedure worden gestart.


Rechtszaak DNA afgifte

Op woensdag 20 april diende om 12.00 uur een kort geding bij de voorzieningenrechter te Den Haag om DNA-onderzoek bij de bezetters van de Iraanse ambassade te voorkomen. Omdat de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden geen mogelijkheid kent van te voren bezwaar te maken tegen het DNA-onderzoek, is besloten namens één van de betrokkenen een kort geding tegen de Staat te beginnen.  

Tamara Buruma, die in deze zaak als advocaat optreedt, is van mening dat het gebrek aan rechterlijke toetsing vooraf een schending van artikel 8 EVRM oplevert, omdat er daardoor onvoldoende waarborgen zijn bij de afname van lichaamsmateriaal. Zeker nu het gebruik van de databank steeds verder wordt opgerekt, bijvoorbeeld ook om onderzoek naar familieleden te doen, is het belangrijk van tevoren goed te kijken wiens materiaal mag worden opgeslagen. In een zaak als deze, waar het geen ernstig feit betreft en bovendien het gebruik van DNA-onderzoek helemaal geen rol speelt, is het disproportioneel de betrokkene een DNA-onderzoek te laten ondergaan.

De rechter besloot echter geen onderscheid tussen afname en opslag van DNA te maken en verklaarde de vordering niet-ontvankelijk. Doordat de rechtszaak over de DNA afgifte is verloren, is de groep veroordeeld in de proceskosten. Linkse Hulp ondersteunt de groep met 500 euro. Op dit moment is het afwachten wanneer de staat opnieuw om afgifte van DNA zal vragen.

Meer informatie
http://iranlives.blogspot.com/